Ongerechtvaardigde verrijking

Meer dan ooit worden onze hoven en rechtbanken geconfronteerd met verrijkingsvorderingen in de meest uiteenlopende situaties. Deze vorderingen worden in het heden ook steeds meer met succes bekroond. Dit heeft te maken met een minder abstracte en meer open en contextuele benadering. Dat het verrijkingsrecht inderdaad op de drempel van een nieuwe fase staat, bewijst Prof Eric Dirix met zijn boek Ongerechtvaardigde verrijking. Hij biedt tekst en uitleg bij zijn boek en begeleidt u daarmee graag door deze nieuwe evolutie.

 

Wat is het belang van dit boek?

Eric Dirix: Het leerstuk van de ongerechtvaardigde verrijking was in ons land een nagenoeg niet ontgonnen terrein. Een handboek of monografie over de materie bestond niet. Tot voor kort waren ook in de rechtspraak verrijkingsvorderingen slechts van geringe betekenis; de kansen op succes waren immers zeer gering. Zij werden enkel door pleiters in stelling gebracht die ten einde raad waren.

Hieraan is in de jongste jaren verandering gekomen. Men stelt vast dat de rechtspraak meer en meer wordt geconfronteerd met verrijkingsvorderingen en zulks in de meest uiteenlopende situaties: samenlevingsverhoudingen, affectieve relaties, redders en hulpverleners, precontractuele verhoudingen, vorderingen van en tegen de overheid, winstafdracht bij inbreuken op vermogensrechten, enzovoort. Meer dan vroeger het geval was worden deze vorderingen vandaag de dag met succes bekroond. Daarbij komt dat het nieuw BW aan de verrijkingsvordering een wettelijke grondslag geeft.

Het boek komt daarom op het juiste moment om de verdere evolutie van het leerstuk te begeleiden. Het verrijkingsrecht staat inderdaad op de drempel van een nieuwe fase. Het is zowel dogmatisch onderbouwd als zeer praktijkgericht. Daarom past het ook perfect in de reeks Algemene Praktische Rechtsverzameling.    

Hoe is die verandering er gekomen?

Eric Dirix: Opvallend is inderdaad dat de rechtspraak enorm is toegenomen. Indien men zich beperkt tot de rechtspraak van het Hof van Cassatie dan moet men vaststellen dat in de materie de afgelopen 10 jaar meer arresten werden geveld dan in de 100 jaar voordien. Dit heeft te maken met het verlaten van abstracte formules en het kiezen voor een meer open en contextuele benadering. In het bijzonder moet de nieuwe invulling van het subsidiariteitsvereiste worden genoemd.

Mijn boek Ongerechtvaardigde verrijking komt op het juiste moment om de verdere evolutie van het leerstuk te begeleiden. Het verrijkingsrecht staat namelijk op de drempel van een nieuwe fase. - Eric Dirix

In welke zin is de subsidiariteitsvoorwaarde gewijzigd?

Eric Dirix: Volgens de klassieke opvatting betekende deze voorwaarde dat een verrijkingsvordering haast steeds uitgesloten was. Overigens bestaat deze voorwaarde niet in de meeste rechtstelsels.

De rechtspraak heeft aan deze voorwaarde een meer zinvolle invulling gegeven. Deze werd in het Nieuw BW overgenomen (art. 5.136). Zij betekent concreet 1) dat de eiser geen verrijkingsvordering mag instellen wanneer hij over een andere vordering beschikt (dit is gewoon een regel van proceseconomie) en 2) de vordering niet met succes mag worden bekroond wanneer hierdoor een wettelijk beletsel (bv. verjaring) wordt ontlopen (deze regel verhindert wetsontduiking). Dit betekent echter niet dat de eiser zijn vordering niet mag steunen op verschillende rechtsgronden de ene ondergeschikt aan de andere. Aldus mag de eiser die zich steunt op een beweerde leningsovereenkomst, in subsidiaire orde een ongegronde verrijking aanvoeren net zo goed als een uit onrechtmatige daad of zaakwaarneming. De omstandigheid dat de eiser onzorgvuldig is geweest door, in ons voorbeeld, de wettelijke voorschriften niet in acht te nemen (bv. bewijsvoorschriften), maakt hem nog niet rechteloos. De vraag blijft immers aan de orde of er tussen de partijen geen ongerechtvaardigde vermogensverschuiving  plaatsvond. De verrijkingsvordering strekt trouwens niet tot uitvoering van de overeenkomst, maar enkel tot de vergoeding tot beloop van het laagste bedrag van de verrijking en de verarming.

Wat betekent het nieuwe BW voor verrijkingsvorderingen?

Eric Dirix: Het nieuwe BW heeft aan de verrijkingsvordering een wettelijke grondslag gegeven. Verder bevestigt de wetgever de recente jurisprudentiële ontwikkeling. Op twee belangrijke punten wordt duidelijk kleur bekend: het subsidiariteitsbeginsel en de gevolgen van de vordering. Wat het eerste betreft wordt, zoals gezegd, steun gegeven aan de door de rechtspraak ingeslagen weg. Wat het tweede betreft wordt antwoord gegeven over de aard van de vordering, de gevolgen en de peildatum voor de beoordeling. De vordering is niet van zakelijke aard, maar is een persoonlijke vordering die strekt tot herstel van het evenwicht door vergoeding van de verarmde. Deze wordt bepaald aan de hand van het laagste bedrag van de verrijking en de verarming geraamd op het tijdstip van de vergoeding.

Voor het overige was het de uitgesproken bedoeling van de wetgever om deze materie niet in het detail te regelen zodat volop ruimte wordt gelaten voor verdere jurisprudentiële ontwikkeling.

Het nieuwe BW heeft aan de verrijkingsvordering een wettelijke grondslag gegeven. Op twee belangrijke punten wordt duidelijk kleur bekend. - Eric Dirix

Welke rol heeft de rechtspraak in de verdere ontwikkeling van dit rechtsdomein?

Eric Dirix: Het verrijkingsrecht is bij uitstek van jurisprudentiële oorsprong. Het gaat immers om een beginsel van ongeschreven recht dat in de rechtspraak vorm moet krijgen. Dat de vordering momenteel een wettelijke grondslag heeft verandert daar niets aan. Aan de talloze vragen die kunnen rijzen zullen rechters een antwoord moeten geven.

Een belangrijk punt dat in dit boek wordt gemaakt is dat het niet gaat om een zogenaamde ‘billijkheidsvordering’ waarbij de rechter louter op het gevoel afgaat. Het inwilligen van een verrijkingsvordering vergt daarentegen een aftasten van het gehele rechtssysteem zodat de coherentie van het privaatrecht niet in het gedrang komt. De materie is daarom uitermate complex. Men denke slechts aan verrijkingsvorderingen in drie-partijen-verhoudingen. Vandaar is de vrees dat het verrijkingsrecht zal leiden tot ad hoc beslissingen die louter ingegeven zijn door de billijkheid ongegrond.

Wat betekent dit boek voor u nog persoonlijk?

Eric Dirix: Het is mijn derde boek in de Algemene Praktische Rechtsverzameling na Factuur (2012, tweede editie) en Beslag (2018, vierde editie). Mijn eerste juridische publicatie, nu 45 jaar geleden, ging over het verrijkingsrecht; een bijdrage in het RW. Dat mijn laatste boek deze draad terug opneemt, maakt de cirkel rond. Het getuigt van mijn grote belangstelling voor het ongeschreven recht en mijn overtuiging dat alle recht uiteindelijk eerst ongeschreven is dat wetgever en rechtspraak telkens proberen te verwoorden. In dit boek komt dan ook geen wettekst voor. Dit is een mooie afwisseling na de afgelopen jaren intens betrokken te zijn geweest bij de hercodificatie van ons burgerlijk recht.         

Over de auteur

 

Eric Dirix - Prof KU Leuven

Eric Dirix is afdelingsvoorzitter van de Afdeling Privaatrecht (KU Leuven). In 2008 werd hem door de Radboud Universiteit Nijmegen een eredoctoraat verleend. Hij is lid van diverse redacties (o.m. Algemene Praktische Rechtsverzameling) en is tevens voorzitter van het Interuniversitair Centrum voor Rechtsvergelijking. Hij is membre associé van de Académie internationale de droit comparé. Hij is voorzitter van de expertencommissie tot herziening van het recht der zakelijke zekerheden op roerende goederen in opdracht van de minister van Justitie en is lid van de commissie tot herziening van de zeewet. Eric Dirix publiceerde boeken en talrijke andere bijdragen in het bijzonder op het gebied van  het verbintenissenrecht, het beslagrecht en het faillissementsrecht.

 

 

Naar boven

Ontdek het boek

 

Dit werk bespreekt de grondslag, de voorwaarden en de gevolgen van de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking. De verrijkingsvordering krijgt in het nieuw BW een wettelijke grondslag en wordt nader geregeld (art. 5.135 e.v. BW). In het werk worden ook de lijnen uitgezet voor verdere rechtsontwikkeling die enkel via de rechtspraak kan geschieden. Een en ander wordt geïllustreerd met overvloedige casuïstiek.

Ongerechtvaardigde verrijking

Kan item niet toevoegen aan winkelwagentje

PRIJS:
Doorgaan met winkelen